Leer Nederlands - les 63: eten in het restaurant

Uiteten in een restaurent

Credit: Barbieri - ViaSophia25668 / Creative Commons SA 4.0

In deze aflevering van Leer Nederlands neemt Joyce Diebels van Dutch with Joyce je mee naar het restaurant.


Woorden en zinnen uit les 62: eten in een restaurant
EngelsNederlands
restaurant(het) restaurant
menu(het) menu
Can I see the menu? Mag ik het menu zien?
waiter(de) ober (mannelijk) of (de) serveerster (vrouwelijk)
The waiter quickly brought our drinks.De ober kwam snel met onze drankjes.
starter(het) voorgerecht
As a starter I'll have the soup of the day.Als voorgerecht neem ik de soep van de dag.
main course(het) hoofdgerecht
The main course was well seasoned and delicious.Het hoofdgerecht was heerlijk en goed gekruid.
dessert(het) dessert of (het) nagerecht of (het) toetje
For dessert I'd like a piece of apple pie.Voor het nagerecht wil ik graag een stukje appeltaart.
reservation(de) reservering
We have a booking for two at seven o'clock.We hebben een reservering voor twee personen om zeven uur.
to orderbestellen
We can order now, we know what we want.We kunnen nu bestellen, we weten wat we willen.
vegetarianvegetarisch
Do you also have vegetarian dishes?Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
bill(de) rekening
Can I have the bill please?Mag ik de rekening alstublieft?
tip(de) fooi
We gave the waiter a good tip because he was so friendly.We gaven de ober een goede fooi omdat hij zo vriendelijk was.
Klik hier voor meer informatie over Joyce van Dutch with Joyce.

Share